Tussentijdsverslag

Even over hoe het ging en gaat... 

Week 1-4

De eerste 8 weken van GIST gingen bij mij niet super soepel. Zeker de eerste paar weken moest ik erg mijn plek vinden binnen GIST. Van te voren was ik heel enthousiast om door te gaan met het werk en gegeven dat ik na Artistieke Praktijk had gemaakt/gevonden. Maar de eerste weken in GIST kwam het maar niet uit handen. Uiteindelijk creëerde ik een patroon; een negatieve spiraal om me heen. Ik vond de sfeer niet lekker in de klas, ik vond dat we teveel momenten samen dingen moesten doen; veel sprekers en opdrachten. Wat op zich natuurlijk erg leuk is, maar het haalde mij op een of andere manier uit mijn motivatie. Door eerst de ochtend te luisteren, was mijn energie om bezig te gaan erg gedaald. 

Nu vond ik het ook frustrerend dat ik dit zo voelde. Ik wilde het ook leuk vinden net als de rest. Daarnaast kwam het feit dat ik naast school ook nog druk ben met mijn bijbaan. Wanneer de vraag werd gesteld of ik wel genoeg tijd in GIST stak, raakte mij dat. Ik probeer mijn tijd altijd zo goed te verdelen. Het liefst zit ik ook elke dag op school alleen maar te Gisten, maar deze studie moet helaas ook ergens van betaald worden. Ik kon/kan volledig in paniek van raken als mensen hier dan mij mee confronteren. Ik probeer het zo goed te doen. Soms is het te veel. Al met al: Maar voor mij werkte het zo niet. Er moest voor mij iets veranderen om GIST in te kunnen vullen hoe ik van te voren ook in gedachten had; maar wat en hoe?

 

Week 4-8

Het hele corona-virus is natuurlijk een regelrechte ramp. Maar... voor mij is er een rust ontstaan. Ik zit bij mijn ouders, werken kan niet meer (en hoef er niet om te stressen want word wel doorbetaald), en ik heb elke dag alle tijd. Alle tijd om de tijd te nemen. Ik heb een kamer helemaal in gericht met mijn spullen. Ik zit hier hele dagen te werken aan GIST. Ik heb gemerkt dat ik beter alleen kan zitten dan in een klas met anderen, waar ik het vaak te gezellig heb en niet bezig ga. Wanneer de concentratie of ideeën even op zijn, neem ik pauze. Dit bevalt mij erg goed, want als het op school even niet lukte, voelde dat gelijk als een mislukking. Terwijl je eigenlijk werk maken niet kunt inplannen. Soms heb je heel veel inspiratie en motivatie en soms niet. Als het even niet zo is, is dat niet erg, maar op school voelde dat soms wel zo: alsof het op dat moment moest gebeuren. 

Al met al: Ik kan eindelijk zeggen dat ik lekker bezig ben, ik ben veel aan het maken en de ideeën blijven nu komen. Dit geeft motivatie en plezier. Hoe erg deze situatie rondom het corona-virus ook is, het heeft mij wel rust gebracht. 

 


Qua proces en werk 

Week 1-4

In de eerste paar weken kwam er weinig werk uit mij. Zoals hierboven al beschreven staat liep ik erg vast. De werkjes die ik gemaakt heb waren echt nog oefeningen en nog niet echt werk te noemen. Ik was opzoek naar een vervolg stap op de schilderijen die ik met Artistieke Praktijk had gemaakt. Er is echt weinig uit handen gekomen. En datgene wat ik gemaakt heb is nog steeds niet iets waarvan ik dacht 'ja, ik heb iets te pakken'. 

 

Ik zat de eerste vier weken heel erg in een oriënterende/zoekende fase. Zoekend naar mijn plek binnen GIST, zoekend naar wat ik wil bereiken met GIST. Zoekend naar een vervolgstap. Ik was nog niet veel bezig met het onderzoeken van kunstenaars en het maken van werk. Wel kreeg ik een aantal goede namen van Lieselot (1, divergent denken ). Dit hielp me destijds weer een beetje op de rit. Door het opzoeken van die kunstenaars kreeg ik zelf ook weer meer zin om dingen te maken. Ik vond het frustrerend dat ik eigenlijk nog niks had gemaakt.

Ik vond de gastles van Wim Braaksma heel erg interessant (1;divergent denken ,2; emergent denken). Het hielp mij vooral weer even inzicht te krijgen in mezelf. Hoe ik nu eigenlijk precies in elkaar steek en hoe ik mijn allergieën kan omzetten naar iets positiefs. Vond het oprecht erg leuk en interessant. En ook het inzicht dat de dingen die ik soms als een slechte eigenschap zie van mezelf, eigenlijk helemaal niet perse iets slechts is. Dit heeft uiteindelijk een erg goede invloed gehad om mijn proces van GIST. Ik kon alles weer een beetje beter plaatsen en had weer zin in GIST. Ik wilde maken maken maken en kon dingen loslaten.. 

 

Wat ik nu, na vier weken weet, is dat ik verder wilde op mijn artistieke praktijk werken. Ik wil iets met maskerfiguren doen. Ik wil er achter komen waarom die maskerfiguren mij zo intrigeren in andere kunst. Ik wil iets oproepen bij mensen, een gevoel naar boven brengen. Daarnaast ben ik er door de gastles van Wim Braaksma erachter gekomen dat ik me niet te druk moet maken wat anderen van mij denken. Daarnaast kan ik het beste soms even alleen gaan zitten omdat ik snel afgeleid ben. Na de eerste vier weken heb ik best veel geploeterd met mezelf, maar nu ben ik klaar om aan de bak te gaan. Ik heb er zin! 


Week 4-8

In de weken erna ging ik eindelijk lekker aan het werk. Het thuiswerken heeft voor mij rust gebracht en focus. Ik heb een ruimte bij mijn ouders thuis volledig ingericht als mijn ateliertje. Ik werk alleen, wat mij minder afleid. Ik had inmiddels meer ideeën en inspiratiebronnen. Deze ben ik meer gaan onderzoeken (1; divergent denken ) en ben ideeën gaan uitwerken. Zo heb ik een schilderij gemaakt waar ik een sterk kleurcontrast naar voren wilde laten komen (2; emergent denken). (dit is allemaal te zien onder Proces P3).  Nog steeds wat het niet echt een stap verder en ben weer opnieuw gaan onderzoeken en sudderen (1; divergent denken ,3; emergent denken) Nadat ik op nieuwe inspiratiebronnen was gekomen ben ik voor nu even afgestapt van het schilderen en ben fysieke maskers gaan maken. Ik laat me nog steeds inspireren op de maskerfiguren en ook spelen kleuren nog een belangrijke rol (2; emergent denken,4; convergent denken,5; realiseren, maken, testen). Ik ben nu vooral aan het maken en tijdens het maken komen er nieuwe ideeën (4;convergent denken, 5; realiseren, maken, testen). Ik ben na drie maskers even gaan stilstaan om weer opnieuw te gaan onderzoeken en mezelf vragen gaan stellen wat ik nu eigenlijk met deze maskers wil gaan doen (2; emergent denken). Sowieso was ik al gaan kijken of ik ook iets met de actualiteit kon gaan doen: Het corona-virus. Hier kwam ik op omdat ik tijdens het maken van de maskers kranten gebruikte waar zowat alleen maar corona nieuws in stond. 

 

Ik heb mezelf de vraag gesteld (2; emergent denken,4; convergent denken):

Wat wil ik zeggen met de maskers als ik het in een fotoserie zou inzetten?

Ik zou de maskers inzetten wanneer ik een fotoserie zou maken over het Corona-virus en dan gefocust op de thuis quarantaine. Ik zou foto's maken van mensen die in de voordeuropening zouden staan of achter het raam. Zeker met foto's achter het raam ontstaat er een duidelijke afstand. Het glas dat weerspiegeld de buitenwereld over het lichaam van de persoon die binnen staat.

Het masker vervreemd het beeld. Het geeft aan hoe vreemd deze situatie eigenlijk wel niet is. Het lijkt soms een boze droom, waar je elk moment uit kunt ontwaken. Maar ook kijken mensen anders naar elkaar. We zien elkaar als monsters: Iedereen kan die enge bacterie bij zich dragen. Iedereen is ineens eng en vies. We worden monsters wanneer we hamsteren. Daarnaast staat het masker voor de veiligheid die de mens achter een (mond)masker zoekt. 

Deze crisis verbind de mens ook. Kijk naar al die gezinnen die nu ineens alle tijd met elkaar door moeten brengen, terwijl anders misschien ouders wel veel werken en kinderen de dagen op school en sport doorbrengen. Hoe ik in het beeld ook die verbintenis wil laten zien, moet ik nog over nadenken....

 

Op dit idee kreeg ik van verschillende kanten positieve feedback. Mijn groepje reageerde enthousiast en dacht nog even met mij mee. Dit is terug te lezen onder het kopje Proces P3 of onder de feedback pagina. Ook heb ik buiten mijn groepje nog wat rond gevraagd. Iedereen is erg enthousiast over het idee om een foto serie te doen en de actualiteit te betrekken in mijn werk. Verder gaat het niet echt in op hoe de maskers zijn vormgegeven. Hier hoop ik nog meer feedback over te krijgen van Wies Noest, een kunstenares die werken maakt in abstracte vormen en een samenspel van kleuren. 

 

Wat heb ik gemaakt? (alles terug te vinden onder Proces P3):

- Een schilderij in koude kleuren met kleine delen contrasterende kleuren 

- Masker 1: Was het eerste masker om los te komen van het schilderen. Nog niet bewust nagedacht over vorm/kleur/inhoud.

- Masker 2: Bij dit masker was ik vooral bezig met hoe kan ik het masker groter maken. Nog steeds niet heel gericht op vorm/kleur. Wel gekozen voor gezichtsvormen die ik ook in mijn schilderijen verwerk. 

- Masker 3: Bewuster met kleur gaan werken. Ik heb mij laten inspireren op mijn schilderij die ik in begin week 4 had gemaakt. 

- Masker 4: Experimenteren met meer diepte verschil binnen het masker. Ik wilde kijken hoe ik kan knallen met de neus. De neus is gehaakt om wat meer de hoogte in te kunnen: sloot later aan bij inspiratiebron:
Johanna Schweizer. 

- Ander materiaal experiment; Met wc papier pulp maken om te kijken of hier ook maskers van gemaakt konden worden. Makkelijker kneedbaar om zo andere vormen toe te voegen. Plus sloot weer aan bij de actualiteit: WC papier hamsteren. 

- Foto serie met de maskers van mensen in thuisisolatie. Nog in experimenteer fase. 

- Gefotoshopt hoe het zou zijn als je mensen in de deur opening met de maskers op zou fotograferen: hoort bij het experimenteren van het idee om een fotoserie te doen. 

- Gebreide mondkapjes. Voor het idee even eentje uitgewerkt nadat ik Marit de tip kreeg om voor mijn maskers mondkapjes te maken. Nog niet een vervolgstap mee gemaakt. 

 

Wat & waarom:

Een maskerserie maken en die uiteindelijk koppelen aan iets uit de actualiteit,    in dit geval het corona-virus. Ik wil om deze manier een gevoel overbrengen naar de kijkers. Hoe ik deze virus zie, maar vooral hoe ik zie hoe mensen veranderen. Een realisatie. Dit wil ik doen aan de hand van maskers die een mooi vervolg zijn op de stijl die ik eerder gecreëerd had in schilderijen.


Inspiratiebronnen

De inspiratie-bronnen die ik heb onderzocht in week 4-8 (meer over terug te lezen onder kopje 'Inspiratie'):

 

- Gauri Gill

- Nienke Maat

- Bertjan Pot 

- Afrikaanse maskerkunst 

- Johanna Schweizer

 


GIST-Pijlers 

GROEI

In het begin van GIST liep ik steeds vast. Ik kwam niet verder. Ik had nog geen opende lerende houding. Dit veranderde wat meer na de gastles van Wim Braaksma. Nadat ik thuis moest werken kwam bij mij ook de motivatie en discipline. Ik had een schema gemaakt voor mezelf en was vaak hele dagen bezig met GIST. 'S ochtends om half 10 beginnen, soms met een gesprek met de groep, soms met de hele klas, en daarna zelf bezig. Vaak nam ik 's middags een wat langere pauze, ging ik even naar buiten wandelen of sporten, en dan vaak na het avond eten weer aan de slag. Ik ben een avond mens en vind het dan ook geen probleem om tot 10 uur door te gaan. Het alleen werken werkte voor mij ook goed, werd minder afgeleid. Ik heb in de loop van de tijd geprobeerd meer initiatief te nemen in mijn groepje en tijdens de lessen. Zo heb ik een feedbackronde ingepland, een SLB gesprek aangevraagd, inbreng gehad tijdens de input van Lieselot en draag ik meer verantwoordelijkheid. Mijn zwaktes zijn dat ik erg mee kan gaan in een sfeer die om mij heen heerst. Dit kan goed uitpakken of juist niet, ligt aan de sfeer. Daarnaast wordt ik snel afgeleid. Nu ik rust heb gevonden en thuis lekker kan werken, gaat het met GIST ook een stuk beter. Ik ben nu bezig met de ideeën concreet te maken en veel te experimenteren. 

 

INNOVEREN

Tijdens week 4-8 ben ik ideeën gaan verbinden, ben ik verder gaan kijken dan de techniek schilderen. Daarna heb ik door onderzoek weer meer ideeën op gedaan die ik ben gaan koppelen. Zo kwam ik op het idee om misschien een fotoserie te doen met de maskers. Ik probeer een verbinding te zoeken met de actualiteit. Ik ben veel in gesprek geweest met mijn groepje. Eerst was het feedback niet heel gericht maar later hebben we een speciale feedback ronde gedaan waar dit al wat concreter werd.  Wel vind ik dat ik nog meer mensen om mij heen feedback moet gaan vragen, dit vind ik soms nog lastig. 

 

STIMULEREN

We hebben een groepje die gemengd is met DBKV'ers en CMD'ers. Dit vind ik fijn omdat je op deze manier ook wat andere inzichten krijgt. De samenwerking binnen het groepje loopt goed. We hebben verschillende keren per week contact, wisselend tussen een videoconversatie, slack en whatsapp. We delen veel ideeën en geven elkaar inspiratiebronnen. We geven elkaar feedback en houden elkaar goed op de hoogte van ons proces. 

Zoals ik hierboven al zei zou ik ook nog iets meer buiten het groepje om feedback moeten vragen. 

 

TONEN

Tijdens de laatste 4 weken heb ik ideeën echt omgezet in acties en producten. De eerste paar weken kwam er niet veel uit handen. Ik heb naast deze site nog niet een ander podia gezocht voor mijn ideeën en producten, maar verwacht wel dat dit in de aankomende weken nog komt. Ben nu nog vooral in de experimenteer fase. Ik maak mijn concepten nu zichtbaar en na alle feedback wil ik deze ideeën weer bij stellen en verder erop door werken. Ik kan nu zeggen dat ik er goed in zit en dat ik doorzet.


Vooruitblik Periode 4

In Periode 4 wil ik sowieso net zo productief door blijven gaan als dat ik nu doe. Ik wil meer blijven experimenteren en ideeën uitwerken. Daarnaast wil ik meer en concreter om feedback gaan vragen. Ik ben erg benieuwd wat er uit de feedback komt van de externen. Of ik daarmee misschien wel op een totaal nieuw spoor wordt gezet of ik nieuwe ingevingen krijg over mij huidig idee. Daarnaast moet ik gaan kijken hoe ik mijn ideeën en werken op een podia kan zetten. Ergens halverwege periode 4 wil ik ook echt een knop om gaan zetten en doelgericht met één werk doorgaan. 


Wekelijkse enquete

Enquete Week 1
Word – 1,0 MB 76 downloads
Enquete Week 2
Word – 1.007,8 KB 77 downloads
Enquete Week 3
Word – 994,9 KB 80 downloads
Enquete Week 4
Word – 20,7 KB 82 downloads
Enquete Week 5
Word – 20,6 KB 79 downloads
Enquete Week 6
Word – 20,8 KB 71 downloads
Enquete Week 7
Word – 28,3 KB 78 downloads
Enquete Week 8
Word – 22,7 KB 77 downloads

Beoordelingsformulier zelf ingevuld (P3)

Ingevuld Beoordelingsformulier Gist Periode 3
PDF – 338,0 KB 78 downloads

Beoordelingsformulieren door anderen

Feedback Van Marit Voor Anoeska
PDF – 637,5 KB 77 downloads
GIST Beoordelingsformulier Rianne Anoeska 1
PDF – 393,2 KB 81 downloads
Beoordeling Voor Anoeska van ayla
PDF – 178,1 KB 78 downloads

Als ik kijk naar de beoordelingsformulieren dan kan ik concluderen dat ik qua proces op de goede weg ben. Punten waar ik nog aandacht aan kan geven is het onderzoek in materialen en kijken hoe ik mijn werk naar buiten wil gaan brengen. Het is goed dat ik dit meekrijg als feedback, want zelf vind ik het soms nog lastig om in een ander materiaal te denken. Ook vind ik het zelf lastig om mijn werk op een podium te plaatsen. Hier wil ik mij aankomende periode meer in gaan verdiepen en advies om vragen.

Wat ik als positieve feedback meekrijg is dat ik goed onderzoek doe naar andere kunstenaars en dat ik hierin ook heel breed kan zoeken. Ik combineer ideeën waardoor ik uiteindelijk een heel eigen werk krijg. Ik vind het fijn dat ik dit als feedback terug krijg want in het verleden was dit nog wel een zwakte van mij. Ik was niet goed in het om me heen kijken en inspiratie op doen. Ik had moeite met het kijken naar ander werk, zonder het precies na te doen. Door meer en meer onderzoek te doen merk ik dat ik juist heel veel geïnspireerd wordt door verschillende werken waardoor mijn visie steeds breder wordt en ik ook dingen zo ga combineren tot eigen werk. 

Daarnaast krijg ik terug dat ik veel werk maak. Dit is ook iets wat mezelf opviel; het thuiswerken werkt voor mij heel goed, ik heb minder afleiding.

Dat ik terug krijg dat ik ook anderen inspireer is een stap in de goede richting. In het begin van de minor had ik deze invloed niet op anderen. Ik probeer nu echt actief mee te denken met de anderen, dit laat ik zien in de feedback en tijdens de videoconversaties. Ook probeer ik meer initiatief te nemen binnen de groep. Zo stel ik dingen voor en zorg ik dat er dingen ondernomen wordt. 

Het feedback kan zeker nog beter worden ben ik zelf van mening. Ik heb pas net de smaak te pakken en wil nu zo doorzetten.  


In gesprek met een externe...

Donderdag 16 april ben ik in gesprek gegaan met twee externen: Wies Noest en Arda van Tiggelen. 

Tijdens de gesprekken heb ik belangrijke punten opgeschreven die ik nu in verhaalvorm zal uittypen. 

 

Wies Noest:

Wies Noest is een kunstenares die werkt aan langlopende projecten waarbij ze werkt aan steeds weer nieuwe elementen. De collecties die ze maakt bestaan uit objecten van textiele materialen die in verschillende combinaties worden toegepast in (meestal bewegende) installaties. De installaties worden op verschillende plekken, zoals natuur, in gebouwen en in stedelijke gebieden.

 

Ik had voorafgaand van het gesprek een paar vragen op papier gezet waar ik graag tijdens het gesprek met Wies, antwoord op zou willen:

- Wanneer is een werk af?

- Hoe voelt het om verliefd te zijn op een werk?

- Hoe kom je tot bepaalde kleur combinaties

- Hoe gaat zo'n proces te werk?

- Moet een werk altijd een betekenis hebben?

 

Het gesprek was gelijk heel gezellig er verliep soepel. We hebben niet het gesprek in een vraag-antwoord vorm gedaan. We zijn eigenlijk gewoon in gesprek gegaan. Tijdens het gesprek heb ik antwoord gekregen op verschillende vragen. Zo zegt Wies dat werk eigenlijk nooit af is. Het kan wel heel even af zijn, op dat moment ben je smoor verliefd. Maar die verliefdheid kan ook weer overgaan, zo zegt Wies. Je moet opzoek gaan naar het moment dat je verliefd wordt op je werk: vol op van je werk genieten. Later kan in die verliefdheid weer breuken komen. Je kunt er dan weer opnieuw aan gaan werken, maar je kunt ook een nieuwe liefde maken. Je kan denken: Ik kan dit beter! Dit geeft de drive om verder te gaan. Soms kan het zijn dat je er even helemaal geen zin meer in hebt. Wies verteld dat zij dit op dit moment heeft met de elementen waar ze 5 jaar vol liefde aan gewerkt heeft. Nu is het klaar. Dan ben je ook klaar. En wanneer je toegeeft aan het feit dat je klaar bent, komen er nieuwe ideeën. Als iets goed voelt, dan is het goed. Het is een continue zoektocht. 

 

Toen we het over betekenis van werk hadden zei Wies het volgende; de manier waarop je kijkt is visuele communicatie. Iedereen ziet dingen weer anders. Je kan nooit iets maken wat niets zegt. Iets zegt al iets van zich zelf. En iedereen vult uiteindelijk ook zelf iets in. Dit komt door ieders referentiekader. De één heeft misschien iets meegemaakt, waardoor hij/zij daar aan moet denken bij het zien van jou werk. Maar een ander heeft weer iets anders meegemaakt en moet daar aan denken. Je moet een hap klare brok betekenis willen geven aan je werk. Laat de kijker ook zelf dingen invullen. 

Nadat Wies dit alles zo zei was ik eigenlijk wel erg opgelucht. Ik heb vaak wel het idee dat ik een betekenis moet geven aan werk. Dat ik iets moet vertellen. Terwijl ik soms niet goed wat en hierdoor keur ik vaak mijn eigen werk weer af, want het heeft geen betekenis. Door het gesprek met Wies ben ik hier ook anders naar gaan kijken. Kijk hier nu met een andere invalshoek naar. 

 

Wies vindt dat ik een mooi proces laat zien. Ze kan goed zien hoe ik aan het zoeken ben, en hoe ik het telkens ook weer afkeur. Hier zijn we nog even op doorgegaan, hier heb ik dus ook benoemt waarom ik werk vaak afkeur en dat het daarom zo fijn is dat ze heeft uitgelegd hoe zij betekenis aan werk ziet. Ik keurde mijn werk af als het geen betekenis overbracht. Maar dit hoeft dus ook niet altijd. Ze vindt het interessant dat ik zeg: Werkelijke wereld en de onwerkelijke wereld. Het vervreemde. Ze zegt dat dit ook goed overkomt in die schilderijen. Het oogt Afrikaans zegt ze, en ik leg uit dat dit ook een inspiratie voor mij is. Wies zegt dat het goed is dat ik begin te experimenteren met verschillende vormen, dat ik nu ook 3D werk. De koppeling met het Corona-virus zou zij loslaten als ze mij was. Dit omdat het vervreemde en de speling tussen het werkelijke en onwerkelijke al langer bij mij speelt. 

 

Als tip geeft Wies Noest mij mee om te gaan spelen. Niet vooraf te bedenken wat ik ga maken maar gewoon van alles aan materialen naast mij leggen en gaan spelen. Van alles wat daar uit komt, foto's maken en daarna deze afdrukken. Na een tijdje die foto's erbij pakken en gaan kijken. Wat spreekt mij aan? Daarna die foto's op de site plaatsen zonder tekst en uitleg erbij. Het gewoon laten gaan. Als een kind gaan maken: eerlijk en mooi. 

 

Ik vond het gesprek met Wies erg verhelderend en fijn. Ik kreeg zelfvertrouwen in mijn proces en mijn werk. Ook zijn er wat nieuwe ideeën opgebloeid en sta ik te popelen om weer te beginnen met werk maken. Ik vond het vooral heel verhelderend wat Wies zei over de betekenis van werk. Ik liep hier nog wel eens tegen aan en nu kan ik er ook op een andere manier naar kijken waardoor sommige werken ineens toch ook weer interessant worden. 

 

Arda van Tiggelen

Nadat ik met Wies Noest had gesproken had ik ook nog een gesprek met Arda van Tiggelen. Arda van Tiggelen is erg betrokken bij de artistieke ontwikkeling van individuele kunstenaars. Haar kracht is dat ze een kritische sparring partner is die het denk- en werkproces van makers begrijp. Zelf maakt ze geen werk, maar wel kan ze  voor een kunstenaar goed onder woorden brengen wat iemand met zijn werk bedoeld.

 

'Kunstenaars kunnen vaak moeilijk in woorden vatten waar hun kunst over gaat,’ vertelt Arda. ‘Ik kijk samen met kunstenaars naar hun werk en praat erover. Dat helpt hen ook om helder te krijgen wat hun werk precies is.' 

 

Voor Arda had ik ook een paar vragen vooraf opgesteld, namelijk:

- Wanneer is kunst af?

- Moet werk een betekenis hebben?

- Tips/ tops over mijn proces en/of werk

- Hoe kan ik het beste mijn werk onder woorden brengen?

 

Tijdens het gesprek met Arda ging het gesprek snel over naar een soepel lopende conversatie. Geen antwoord-vraag gesprek maar gewoon een gesprek waar vanzelf weer vragen uit voort vloeide. Heel bewust mijn vragen gesteld had ik dan ook niet. Wel hebben we het lang gehad over het feit of werk een betekenis moet hebben. Ook Arda begon hier over als snel over het feit dat de kijker vaak zelf een betekenis aan een werk koppelt. Ook noemt ze dat je werk onder woorden brengen lastig kan zijn en dat je als kunstenaar ook niet van jezelf hoeft te verwachten dat je dat goed op papier kan krijgen. Het is niet als je goed kan kunst maken, je ook goed dingen onder woorden kan brengen. Dat zijn twee verschillende dingen. WAT EEN FIJN ANTWOORD, dacht ik. Want ze heeft echt gelijk. Soms voel je iets bij je werk, maar is dat lastig om op papier te zetten. Arda is iemand die kunstenaars daarbij helpt. 

 

Arda vind dat ik lekker bezig ben en nog volop in mijn proces zit. Op de vraag of we als wisten of er een eindexpositie komt, moest ik helaas ook nog onzeker antwoorden. We hebben het erover gehad dat dat wel lastig, omdat je niet meer echt naar iets toewerkt. Arda noemde hierover dat een werk ook nog niet af hoeft te zijn met deze eindexpo. Uiteindelijk kun je kunst lastig inplannen binnen een bepaald tijdsbestek. Wel proberen natuurlijk, zegt ze er nog bij. 

Het werk deed Arda erg denken aan monsters, en ze vond het enge juist erg interessant aan mijn werk. Het spanningsveld opzoeken en buiten de verwachting treden. Ze heeft hier nog een paar goeie bronnen voor gegeven. Arda zegt dat zij het idee om een fotoserie te doen met de maskers, en het te koppelen met de actualiteit (corona) wel een spannend en tof idee vindt. Ze vroeg waarom ik eventueel fotografie als middel wou gebruiken om mijn werk naar buiten te brengen. Hier gaf ik aan dat ik de weerspiegeling in het raam, wat je kunt vastleggen met fotografie een meerwaarde vindt van datgene wat ik wil overbrengen. De spiegeling met de buitenwereld. Dit vond ze een sterk gegeven. Ook het idee van het onwerkelijk, het vervreemde dat de maskers overdragen vond ze sterk. 

 

Het gesprek met Arda was ook erg fijn. Ze kan dingen goed onder woorden brengen en heeft mij weer op nieuwe ideeën gebracht door de inspiratiebronnen die ze me meegaf. Ook het feit dat ze noemt dat kunst niet altijd in te plannen is binnen een bepaalt tijdsbestek, geeft me een beetje rust. Ik ga gewoon lekker veel bezig en dan zie ik wel wat er uit komt. Iets minder bezig zijn met die einddatum.

 

Arda mailde mij de inspiratiebronnen en nog een stukje tekst van mijn pagina wat ze erg goed vond: